Wat het nieuwe WODC-rapport echt zegt over gokgedrag in Nederland

·
Luister naar dit artikel~4 min
Wat het nieuwe WODC-rapport echt zegt over gokgedrag in Nederland

Het WODC-rapport toont een daling in gokdeelname naar 66%, terug op het niveau van 2024. Online gokken daalde naar 9%, met opvallende verschillen per leeftijd. Bewustwording over legaal aanbod blijft een uitdaging.

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) heeft z'n derde meting gepubliceerd, en de cijfers zijn opvallend. Na een piek in 2025 zien we nu weer een daling in gokdeelname. Maar wat betekent dit eigenlijk voor de gemiddelde Nederlander? En welke trends zijn er echt belangrijk om te weten? ### De cijfers op een rij Het onderzoek, uitgevoerd door Ipsos I&O onder bijna 7.000 Nederlanders, laat zien dat 66% van de Nederlanders van zestien jaar en ouder in de afgelopen twaalf maanden aan minstens één kansspel heeft deelgenomen. Dat zijn bijna tien miljoen mensen. Even ter vergelijking: in 2025 was dat nog 69%, en in 2024 65%. We zijn dus eigenlijk terug bij af, zou je kunnen zeggen. Maar het wordt interessanter als we verder kijken dan alleen die hoofdcategorie. Want wat verstaan we precies onder 'kansspelen'? Hier komt het eerste belangrijke detail: - 54% van de Nederlanders deed mee aan een loterij - 19% kocht een kraslot - 8% speelde bingo - 5% gebruikte speelautomaten - 5% bezocht een casino ### De online trend in beeld Wat me echt opviel, was het online deel. Slechts 9% van de Nederlanders gokte online in de onderzoeksperiode. Dat is een daling ten opzichte van de 12% uit het vorige rapport. Het WODC schat het aantal online spelers op 1,2 tot 1,4 miljoen mensen. En hier komt een belangrijk punt: de jongste leeftijdsgroepen zijn nog steeds het actiefst online. Bij 18- tot 20-jarigen gaat het om 17%, terwijl dat bij 50- tot 64-jarigen slechts 6% is. Bij 65-plussers zelfs maar 4%. Online sportweddenschappen zijn met 3% het populairste online kansspel. ### Het legale versus illegale landschap Dit vond ik het meest verrassende deel van het rapport. Van de online spelers zegt 67% uitsluitend bij legale casino's te spelen. Maar 7% geeft toe ook wel eens niet-vergunde websites te bezoeken. Bij jongeren tussen 16 en 23 jaar ligt dit percentage op 12% – bijna het dubbele van het gemiddelde. Maar wacht, hier komt de echte eye-opger: 26% van de online spelers weet niet of de website waarop ze spelen legaal of illegaal is. Bij vrouwen loopt dit op tot 40%! Mannen zijn met 17% iets beter geïnformeerd, maar ook dat cijfer blijft zorgwekkend hoog. Het WODC noemt dit terecht een 'zelf gerapporteerde kanalisatiegraad'. De cijfers zijn gebaseerd op wat spelers zelf zeggen, en dat zegt niet alles over de werkelijke verhoudingen. Maar het maakt wel duidelijk dat bewustwording nog steeds een groot probleem is. ### Wat betekent dit voor de toekomst? De onderzoekers concluderen dat een deel van de online spelers nog altijd niet-vergund aanbod gebruikt of niet weet of het aanbod legaal is. Dat is een belangrijke constatering, zeker nu de online gokmarkt blijft groeien. Er is een bekend gezegde in de datawereld: 'Cijfers vertellen een verhaal, maar welk verhaal hangt af van wie ze leest.' Deze WODC-cijfers vertellen me vooral dat er nog veel werk te doen is op het gebied van voorlichting en bewustwording. De daling in deelname is positief, maar de onwetendheid over legaal aanbod blijft een punt van aandacht. Het rapport laat zien dat we voorzichtig optimistisch kunnen zijn, maar dat we zeker niet achterover kunnen leunen. De ontwikkelingen in gokgedrag blijven complex, en begrip ervoor blijft essentieel voor een verantwoord beleid.