Waarom het Hof de kansspelbelasting in stand houdt
Emma Bakker ·
Luister naar dit artikel~4 min
Het Gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat de kansspelbelasting voor exploitanten van kansspelautomaten niet in strijd is met Europees of Nederlands recht. De naheffingsaanslagen blijven in stand.
Het Gerechtshof Den Haag heeft bepaald dat de kansspelbelasting voor exploitanten van kansspelautomaten niet in strijd is met Europees of Nederlands recht. Daarmee blijft een eerdere uitspraak van de rechtbank overeind. De naheffingsaanslagen over de periode van juli 2008 tot en met december 2016 blijven dus gewoon staan.
### De zaak achter de uitspraak
Deze zaak begon bij een onderneming die kansspelautomaten verhuurt aan bedrijven binnen dezelfde groep, die speelautomatenhallen exploiteren. Het bedrijf verzette zich tegen de kansspelbelasting die sinds 1 juli 2008 geldt voor exploitanten van kansspelautomaten. Ook maakte het bezwaar tegen naheffingsaanslagen omdat de belasting te laat of niet was betaald. Eerder, in 2013, waren verzuimboetes al teruggebracht na een overeenkomst.
### Waarom de kansspelbelasting niet tegen de btw-regels ingaat
Een van de belangrijkste argumenten van de onderneming was dat de kansspelbelasting in strijd zou zijn met de Europese btw-regels. Het gerechtshof in Den Haag ging hier niet in mee. Waarom niet? Omdat de kansspelbelasting duidelijk anders is dan btw:
- **Toepassingsgebied:** De belasting geldt alleen voor kansspelen, niet voor goederen en diensten in het algemeen.
- **Heffing:** De belasting wordt slechts één keer geheven, terwijl btw in meerdere schakels van de keten wordt berekend.
- **Prejudiciële vragen:** Het hof zag geen reden om vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
### Ongelijke behandeling? Niet volgens het hof
De onderneming voerde aan dat er sprake was van ongelijke behandeling. Exploitanten van speelautomatenhallen betalen namelijk wel kansspelbelasting, terwijl exploitanten van speelgelegenheden met kermisautomaten daarvan zijn vrijgesteld. Het hof oordeelde echter dat de wetgever bewust onderscheid heeft gemaakt. Kermisautomaten mogen geen geldprijzen uitkeren en vallen onder andere regels. Ook gelden voor speelautomatenhallen extra eisen, zoals een minimumleeftijd van 18 jaar. Daarom mocht de wetgever beide situaties verschillend behandelen.
> "Het onderscheid tussen speelautomatenhallen en kermisautomaten is bewust gemaakt door de wetgever. Het is niet oneerlijk, het is een kwestie van verschillende regels."
Ook het argument dat de belasting in strijd zou zijn met het Europese beginsel van fiscale neutraliteit werd afgewezen. Volgens het hof is dat beginsel hier niet van toepassing.
### Geen onevenredig zware belasting
De onderneming stelde dat de kansspelbelasting een te zware financiële last vormt voor de branche, en wees daarbij op onderzoeken en branchecijfers. Het hof oordeelde echter dat deze gegevens niet aantonen dat de wet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook heeft de onderneming niet aannemelijk gemaakt dat de belasting voor haar persoonlijk een uitzonderlijk zware last vormt. De overgelegde jaarrekeningen hadden bovendien betrekking op latere jaren dan de periode waarover het geschil ging.
### Andere bezwaren afgewezen
Het hof wees ook de overige bezwaren af. Zo is de kansspelbelasting niet in strijd met fundamentele rechtsbeginselen. Ook het argument dat sprake zou zijn van verboden staatssteun voor exploitanten van speelgelegenheden (niet zijnde kansspelen) werd verworpen. Met deze uitspraak bevestigt het Gerechtshof Den Haag de eerdere beslissing van de rechtbank. Tegen de uitspraak kan nog beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
### Gerechtshof 's-Hertogenbosch trok dezelfde conclusie
Op 18 december 2024 diende een gokexploitant op grond van vergelijkbare argumenten hoger beroep in. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch volgde toen met een uitspraak die op dezelfde lijn ligt als die van Den Haag. De kansspelbelasting had volgens het hof niet de kenmerken van een omzetbelasting en was daardoor rechtmatig, zonder een disproportionele last op te leggen.