De Ridderzaal als Loterijzaal: Het verrassende verleden van de Staatsloterij

·
Luister naar dit artikel~4 min
De Ridderzaal als Loterijzaal: Het verrassende verleden van de Staatsloterij

De Ridderzaal in Den Haag was ooit de Loterijzaal, waar in de 18e eeuw de eerste trekkingen van de Staatsloterij plaatsvonden. Met strenge regels en dagenlange evenementen was dit het levendige epicentrum van de vroege loterij.

We kennen de Ridderzaal in Den Haag nu als het ceremoniële hart van onze democratie. Maar wist je dat dit indrukwekkende gebouw lange tijd een heel andere naam droeg? In de achttiende eeuw stond het bekend als de Loterijzaal. Hier vonden de allereerste trekkingen plaats van wat later de Staatsloterij zou worden. En dat ging er heel anders aan toe dan je misschien denkt. ### De strenge regels van de Loterijzaal Stel je voor: je mocht er geen snuiftabak gebruiken. Hard praten was absoluut verboden. En briefjes aan elkaar doorgeven? Dat mocht natuurlijk ook niet. Op de plek waar de koning nu de troonrede voorleest, stonden vanaf 1726 de bussen van de Generaliteitsloterij. Zo heette de Staatsloterij in die tijd. Hier begon de lange geschiedenis van de Nederlandse loterij. Aan de ene kant van het podium stonden de bussen met lotnummers, aan de andere kant die met de prijzen. De zaal was een komen en gaan van mensen. Publiek, handelaren, bodes, weeskinderen, de loterijdirecteur – het was een levendige bedoening. De Ridderzaal van nu was toen het epische centrum van de loterijwereld. ### Martin Copius: De man achter de verhuizing Het was de eerste directeur Martin Copius die de Generaliteitsloterij naar het Binnenhof bracht. Hij werd aangesteld door de Staten-Generaal, het hoogste bestuursorgaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Copius viel direct onder Gijsbert van Hogendorp, een van de belangrijkste bestuurders van de Republiek. Van Hogendorp was eindverantwoordelijk voor de financiële besluiten. Hij stuurde het heffen van belastingen aan, en de Generaliteitsloterijen vielen onder zijn verantwoordelijkheid. Hij kreeg 8000 gulden voor elke georganiseerde loterij – dat zegt wel iets over het belang dat eraan werd gehecht. De loterijen waren een cruciale nieuwe inkomstenbron voor de Republiek. ### Waarom transparantie zo belangrijk was Omdat de loterijen onmisbaar waren voor de financiële gezondheid van de republiek, was het extra belangrijk dat de trekkingen transparant en zorgvuldig verliepen. En er moesten zoveel mogelijk loten worden verkocht. De beloning voor directeur Copius was dan ook aanzienlijk: ƒ3000 per loterij. ‘Gezocht: een overzichtelijke publieke ruimte voor de loterijen’ stond bovenaan Copius’ takenlijst. De trekkingen van de eerste Generaliteitsloterijen duurden dagen, soms weken. Ze trokken enorme menigten aan. Alle loten werden voorgelezen – zowel de winnende nummers als de nieten, de briefjes waarop geen prijzen vielen. ### Van feestzaal tot markthal tot loterijzaal Omdat de overheid eiste dat dit massa-evenement netjes verliep, was een grote zaal nodig. Het vertrek midden op het Binnenhof, dat we nu kennen als de Ridderzaal, heette toen nog Grote of Hoge Zaal. In de Middeleeuwen deed het dienst als voorportaal van de ‘rolzaal’, waar het Hof van Holland zitting hield. Daarvoor, onder graaf Floris V, was het een feestzaal. In de tijd van de Republiek kwamen er nieuwe functies bij. Het werd een soort markthal waar van alles werd verkocht: - Boeken en geschriften - Diverse andere waren en producten - Natuurlijk ook de loten voor de trekkingen Mensen kwamen er om te struinen, elkaar te ontmoeten, loten te kopen of gewoon een rondje te wandelen. De zaal was groot, ruim en al bekend bij het publiek. Ideaal voor de loterijtrekkingen, besloot Copius. Voortaan klonk steeds vaker ‘Loterijzaal’ als naam voor de ruimte. En dat zou zo blijven tot koningin Wilhelmina er in 1904 voor het eerst de troonrede uitsprak. Eerdere versies van de Generaliteitsloterijen hadden in diezelfde zaal ook al hun trekkingen georganiseerd. Het is goed mogelijk dat Copius daarom ook bij deze ruimte uitkwam. Voor die voorlopers had hij zich ook ingespannen. Misschien gebruikte hij het materiaal van die eerdere loterijen opnieuw, maar dat weten we niet zeker. Wat we wel weten is dat de Ridderzaal een verleden heeft dat veel minder statig en veel meer volks was dan je op het eerste gezicht zou denken.