Lotgevallen van de neven Meinertzhagen

·
Luister naar dit artikel~4 min
Lotgevallen van de neven Meinertzhagen

Twee neven wonnen in de Generaliteitsloterij, maar ieder ging anders met het fortuin om. Ontdek hoe voorspoed en tegenslag dicht bij elkaar lagen voor de Meinertzhagens.

Twee neven, twee loterijwinsten, een wereld van verschil. In 1727 en 1773 wonnen beide Meinertzhagens in de Generaliteitsloterij. Ze groeiden op in een welgestelde familie, maar ieder ging anders met het fortuin om. Voorspoed en tegenslag lagen voor hen dicht bij elkaar. ### De kleine Jacob: een loterijcadeau Het verhaal begint met Jacob Meinertzhagen, geboren op 13 februari 1721 in Utrecht. Hij was de jongste van vier kinderen, met twee zussen en een broer. Zijn ouders, Johan Werner (1681-1751) en Anna Maria (1689-1778), waren volle neef en nicht. Dit was niet ongewoon in de stedelijke elite; het hield het kapitaal binnen de familie. In notariële akten uit die tijd staat 'onmondig' achter Jacobs naam. Dat kan betekenen dat hij minderjarig was, maar misschien had hij een aangeboren beperking door de nauwe verwantschap van zijn ouders. Hoe dan ook, in 1727 kocht vader Johan Werner een lot voor Jacobs zesde verjaardag. Het lotnummer was 14396, gekocht bij stadsdrukker Jan Jacob van Poolsum in Utrecht. Bij de eerste trekking van de Tweede Generaliteitsloterij in 1728 speelde vader namens Jacob mee. ### De invloedrijke Meinertzhagen-familie De Meinertzhagens waren van oorsprong een invloedrijk Duits geslacht van bestuurders, koopmannen en bankiers. Een oudere neef, Daniel Meinertzhagen, was lid van de Pruisische Geheimrat, een belangrijk adviesorgaan van de koning. Hij trouwde in 1703 met Amalia van Stockum. > "De familie Meinertzhagen was een van oorsprong invloedrijk Duits geslacht van bestuurders, koopmannen en bankiers." Uit dit huwelijk werd in 1708 in Keulen een zoon geboren: Jacob Daniel. Hij zou later afgezant worden voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aan het Russische hof. In 1745 trouwde hij in Sint-Petersburg met Johanna Cruys, wiens grootvader Cornelis de basis legde voor de Russische marine in opdracht van tsaar Peter de Grote. ### Jacob Daniel: diplomaat en sociëteitslid Jacob Daniel reisde veel tussen Sint-Petersburg, Den Haag en Amsterdam. In 1748 werd hij lid van de prestigieuze Orangistische Heerensociëteit de Groote Club, ook wel Grande Société genoemd. De elite sprak toen vaak Frans. Stadhouder Willem IV zelf kwam er, net als zijn zwagers. De leden betaalden jaarlijks 5 gouden dukaten - zo'n 25 gulden - aan lidmaatschap. Naast politieke gesprekken hadden ze behoefte aan 'aardse zaken'. Daarom deden ze gezamenlijk mee aan de populaire Generaliteitsloterij. Zo speelde Jacob Daniel, net als zijn achterneef, mee. ### Twee paden, twee uitkomsten De neven wonnen allebei, maar hun levens liepen heel verschillend. De kleine Jacob groeide op met zijn prijs, maar zijn 'onmondigheid' bleef een schaduw werpen. Jacob Daniel daarentegen gebruikte zijn winst om zijn positie in diplomatieke kringen te versterken. Het fortuin bracht de een stabiliteit, de ander status. Dit verhaal laat zien hoe rijkdom niet altijd leidt tot geluk. De context en persoonlijke omstandigheden bepalen hoe je met voorspoed omgaat. Voor de Meinertzhagens lagen geluk en ongeluk dicht bij elkaar - een les die nog steeds actueel is.