Loterijgeld in de sport: waarom de kritiek aanhoudt

·
Luister naar dit artikel~4 min
Loterijgeld in de sport: waarom de kritiek aanhoudt

De Nederlandse Sportraad bekritiseert de afhankelijkheid van de sport van loterijgeld. Voorzitter Tom van ’t Hek ziet geen verandering in de bezwaren. Sportbonden ontvangen miljoenen, maar alternatieve financiering blijft uit.

De Nederlandse Sportraad heeft tegenover Trouw kritiek geuit op de afhankelijkheid van de Nederlandse sport van loterijgeld. Volgens voorzitter Tom van ’t Hek zijn de bezwaren tegen deze financieringsvorm de afgelopen jaren niet veranderd. De Sportraad stelt dat financiering uit gokgelden in strijd is met maatschappelijke waarden zoals vastgelegd in de Sustainable Development Goals (SDG's) van de Verenigde Naties. Ook noemt de raad de inkomsten onzeker, onder meer door politieke besluiten over de kansspelbelasting. Daarnaast wijst de Sportraad op de maatschappelijke bezwaren tegen de rol van loterijen in de sport. Hoewel gokreclames aan banden zijn gelegd, zijn sinds de opening van de Nederlandse online gokmarkt veel meer mensen gaan gokken. De groeiende invloed van gokbedrijven op de topsport brengt volgens de raad bovendien risico's met zich mee op het gebied van gokverslaving en matchfixing. Ook in de politiek klinkt al langere tijd de roep om de afhankelijkheid van gokbedrijven te verminderen. Kamerlid Michiel van Nispen pleitte in 2022 al voor onderzoek naar manieren om de sport minder afhankelijk te maken van gokbedrijven. ### Sportbonden ontvangen miljoenen uit loterijgelden De afhankelijkheid van loterijgeld blijkt uit de bedragen die sportbonden ontvangen via Nederlandse Loterij en NOC*NSF. In 2025 ging het bij verschillende bonden om aanzienlijke bijdragen. Volgens Trouw ontving de KNVB in 2025 € 4,8 miljoen uit loterijgelden. Ook andere sportbonden kregen aanzienlijke bedragen, waaronder de Atletiekunie met € 1,225 miljoen en zowel de KNSB (schaatsen) als de Koninklijke Nederlandse Roeibond met € 885.000. Ook voor kleinere bonden vormen deze bijdragen een belangrijke inkomstenbron. Zo ontving de Nederlandse Boksbond ruim € 127.000, op een totale begroting van € 700.000. > "De sportsector en de overheid moeten samen een propositie ontwikkelen waarmee eerlijke investeerders worden aangetrokken, zonder afhankelijk te zijn van gokbedrijven." – Tom van ’t Hek, voorzitter Nederlandse Sportraad Voor sportorganisaties kunnen veranderingen in de afdracht dan ook grote financiële gevolgen hebben. NOC*NSF waarschuwde dat de verhoging van de kansspelbelasting de afdracht van Nederlandse Loterij aan de georganiseerde sport met € 12,5 miljoen zou kunnen verlagen. De organisatie riep het kabinet daarom op de maatregel te herzien, vanwege de mogelijke gevolgen van de verhoging van de kansspelbelasting voor NOC*NSF en de sportsector. ### Alternatieve financiering blijft uit Van ’t Hek vindt dat de Nederlandse topsportsector aantrekkelijker moet worden voor andere financierders. De sportsector en de overheid moeten volgens hem gezamenlijk een propositie ontwikkelen waarmee eerlijke investeerders worden aangetrokken, zonder afhankelijk te zijn van gokbedrijven. De voorzitter stelt dat er sinds de publicatie van het advies De opstelling aan de top, ongeveer 2,5 jaar geleden, geen grote stappen zijn gezet door de betrokken partijen. Overheidsfinanciering is een mogelijk alternatief, maar biedt niet automatisch zekerheid. Ook financiering van de topsport door de overheid brengt onzekerheden met zich mee, omdat toekomstige kabinetten andere keuzes kunnen maken over de verdeling van publieke middelen. Zolang er geen structureel alternatief wordt ontwikkeld, blijft de Nederlandse sport afhankelijk van loterijgeld. De Nederlandse Sportraad vindt dat de sportsector en de overheid samen werk moeten maken van een financieringsmodel dat op lange termijn zekerheid biedt en minder afhankelijk is van de kansspelsector. ### Waarom dit ertoe doet De discussie over loterijgeld in de sport is niet alleen een financiële kwestie. Het raakt aan de geloofwaardigheid van de sport en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de sector. Zolang de sport afhankelijk blijft van gokinkomsten, blijft de kritiek aanhouden. Het is aan de sportsector en de overheid om met een geloofwaardig alternatief te komen.