Waarom de kansspelbelasting in Nederland blijft bestaan: uitspraak Gerechtshof Den Haag
Emma Bakker ·
Luister naar dit artikel~5 min
Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de kansspelbelasting voor exploitanten van kansspelautomaten niet in strijd is met Europees of Nederlands recht. Naheffingsaanslagen over 2008-2016 blijven in stand. Lees de volledige uitspraak.
Het Gerechtshof Den Haag heeft een belangrijke uitspraak gedaan over de kansspelbelasting voor exploitanten van kansspelautomaten. Het hof oordeelde dat deze belasting niet in strijd is met Europees of Nederlands recht. Daarmee blijft een eerdere uitspraak van de rechtbank overeind. Concreet betekent dit dat naheffingsaanslagen over de periode van juli 2008 tot en met december 2016 gewoon blijven staan.
De zaak werd aangespannen door een onderneming die kansspelautomaten verhuurt aan bedrijven binnen dezelfde groep. Die bedrijven exploiteren speelautomatenhallen. De onderneming verzette zich tegen de kansspelbelasting die sinds 1 juli 2008 geldt voor exploitanten van kansspelautomaten. Ook maakte ze bezwaar tegen naheffingsaanslagen omdat de belasting niet of te laat was betaald aan de Belastingdienst. Eerder opgelegde verzuimboetes waren in 2013 al teruggebracht na een overeenkomst tussen beide partijen.
### Waarom de kansspelbelasting niet in strijd is met btw-regels
Een van de belangrijkste argumenten van de onderneming was dat de kansspelbelasting in strijd zou zijn met Europese btw-regels. Het gerechtshof in Den Haag ging hier niet in mee. Volgens het hof verschilt de kansspelbelasting duidelijk van de btw. Zo geldt de belasting alleen voor kansspelen, niet voor goederen en diensten in het algemeen. Ook wordt de belasting slechts een keer geheven, terwijl btw in meerdere schakels van de keten wordt berekend. Daarom ziet het hof geen reden om hierover prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
### Geen sprake van ongelijke behandeling
De onderneming voerde ook aan dat er sprake zou zijn van ongelijke behandeling. Exploitanten van speelautomatenhallen betalen namelijk wel kansspelbelasting, terwijl exploitanten van speelgelegenheden met kermisautomaten daarvan zijn vrijgesteld. Volgens het hof heeft de wetgever bewust onderscheid gemaakt tussen beide soorten automaten. Kermisautomaten mogen bijvoorbeeld geen geldprijzen uitkeren en vallen onder andere regels. Ook gelden voor speelautomatenhallen extra eisen, zoals een minimumleeftijd van achttien jaar. Daarom mocht de wetgever beide situaties verschillend behandelen.
> "De wetgever heeft bewust onderscheid gemaakt tussen speelautomatenhallen en kermisautomaten. Dat is juridisch houdbaar." - Gerechtshof Den Haag
Ook het argument dat de belasting in strijd zou zijn met het Europese beginsel van fiscale neutraliteit werd afgewezen. Volgens het hof is dat beginsel in deze zaak niet van toepassing.
### Geen onevenredig zware belasting
Daarnaast stelde de onderneming dat de kansspelbelasting een te zware financiële last vormt voor de branche. Ze wees daarbij op onderzoeken en branchecijfers. Het hof oordeelde dat deze gegevens niet aantonen dat de wet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook heeft de onderneming volgens het hof niet aannemelijk gemaakt dat de belasting voor haar persoonlijk een uitzonderlijk zware last vormt. De overgelegde jaarrekeningen hadden bovendien betrekking op latere jaren dan de periode waarover het geschil ging.
Het hof wees ook de overige bezwaren af. Zo is de kansspelbelasting volgens het gerechtshof niet in strijd met fundamentele rechtsbeginselen. Ook het argument dat sprake zou zijn van verboden staatssteun voor exploitanten van speelgelegenheden, niet zijnde kansspelen, werd verworpen.
### Wat betekent dit voor de praktijk?
Met de uitspraak bevestigt het Gerechtshof Den Haag de eerdere beslissing van de rechtbank. De naheffingsaanslagen blijven dus staan. Tegen de uitspraak kan nog beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad. Voor exploitanten van kansspelautomaten is dit een tegenvaller, maar juridisch gezien is de kansspelbelasting dus gewoon rechtsgeldig.
### Gerechtshof 's-Hertogenbosch trok dezelfde conclusie
Op 18 december 2024 diende een gokexploitant hoger beroep in met vergelijkbare argumenten. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch volgde toen met een uitspraak die op dezelfde lijn ligt als die van Den Haag. De kansspelbelasting had volgens het hof niet de kenmerken van een omzetbelasting en was daardoor rechtmatig. Bovendien legt de belasting geen disproportionele last op. Dit bevestigt de juridische houdbaarheid van de kansspelbelasting in Nederland.