Kansspelbelasting: waarom het gedragseffect rond 20% blijft hangen

Β·
Luister naar dit artikel~4 min
Kansspelbelasting: waarom het gedragseffect rond 20% blijft hangen

Het CPB gebruikt een vaste vuistregel van 20% voor het gedragseffect van de kansspelbelasting. Uit cijfers na de verhoging per 1 januari 2025 blijkt dat effect inderdaad rond de 20% te liggen. Lees hoe dat komt en wat het betekent voor aanbieders.

### Wat het CPB precies bedoelt met dat gedragseffect Het Centraal Planbureau (CPB) heeft in de publicatie 'Gedragseffecten belastingmaatregelen' – die rond Prinsjesdag 2026 verscheen samen met de Miljoenennota 2027 – uitgelegd hoe ze gedragseffecten meenemen in hun ramingen. Voor de kansspelbelasting gebruiken ze een vaste vuistregel van 20%. Dat betekent: als de overheid het tarief aanpast, dan wordt de geraamde opbrengst of kosten 20% lager ingeschat. Niet omdat de markt met 20% krimpt, maar omdat mensen hun gedrag aanpassen. Even voor de duidelijkheid: dit is geen voorspelling dat de hele kansspelmarkt met een vijfde afneemt. Het is een correctie op de belastingopbrengst. Mensen gaan minder gokken, zetten minder in, of zoeken hun heil elders. Dat noemen we het gedragseffect. ### Hoe de belasting wordt geheven De kansspelbelasting wordt voor het grootste deel van de markt geheven over het bruto-spelresultaat. Dat is de totale inleg min de uitgekeerde prijzen. Bij loterijen ligt dat anders: daar wordt de belasting over de uitgekeerde prijzen geheven. Voor de meeste aanbieders is de kansspelbelasting dus een directe kostenpost op hun bruto-omzet. Als het tarief stijgt, kunnen aanbieders die kosten deels doorberekenen aan spelers via de zogenoemde effectieve prijs. Het CPB omschrijft dat als de inleg min de gemiddelde uitkering. Een hogere effectieve prijs kan ervoor zorgen dat spelers minder gaan gokken, minder geld inzetten, of uitwijken naar het illegale circuit. > β€œEen verhoging van de effectieve prijs zorgt ervoor dat de vraag afneemt doordat mensen minder gaan gokken, minder geld inzetten, naar het illegale circuit vertrekken of bij buitenlandse kansspelaanbieders gaan spelen.” – Centraal Planbureau ### Waarom aanbieders niet altijd kunnen doorberekenen Er zit een addertje onder het gras. Voor een deel van de markt gelden wettelijke beperkingen, zoals inzetrestricties per draai en minimale uitkeringspercentages (RTP) voor spelautomaten. Daardoor kunnen aanbieders hogere kosten niet altijd volledig doorberekenen aan spelers. Dat kan hun winstgevendheid aantasten en uiteindelijk leiden tot een lager aanbod. ### Wat de cijfers na de verhoging laten zien Sinds 1 januari 2025 is de kansspelbelasting verhoogd. Het CPB heeft de maandelijkse opbrengsten in de eerste helft van 2025 vergeleken met die in het laatste kwartaal van 2024. Daaruit volgt een gedragseffect β€˜in de buurt van 20%’. De Kansspelautoriteit en het ministerie van FinanciΓ«n komen op een vergelijkbare uitkomst. Toch plaatst het CPB een kanttekening. Op 1 oktober 2024 werden de Beleidsregel verantwoord spelen 2024 en de Regeling speellimieten ingevoerd. Die verlaagden de speellimieten en zorgden voor een daling van het bruto-spelresultaat. Die daling heeft dus niks te maken met de belastingverhoging. Een vergelijking met eerdere kwartalen van 2024 is daarom misleidend. ### De conclusie: 20% blijft voorlopig de norm Vanwege de korte vergelijkingsperiode en de beperkte tijd sinds de verhoging kan het gedragseffect niet nauwkeuriger worden vastgesteld dan de vuistregel van 20%. Het CPB blijft die 20% dus hanteren. Voor beleidsmakers en aanbieders betekent dit: reken niet op een exact percentage, maar op een robuuste vuistregel die al jaren standhoudt. Wil je op de hoogte blijven van dit soort ontwikkelingen? Houd dan de publicaties van het CPB en de Kansspelautoriteit in de gaten. En onthoud: bij elke belastingmaatregel zit een gedragseffect verstopt. Soms klein, soms groot. Maar nooit nul.