Het mysterie van het verloren lot van Caatje uit Middelharnis

·
Luister naar dit artikel~4 min
Het mysterie van het verloren lot van Caatje uit Middelharnis

Caatje Melkhuijsen kocht in 1736 een lot voor de Generaliteitsloterij. Het nummer 17478 verdween spoorloos. Ontdek het mysterie van het verloren lot en de rol van collecteur Abraham Hovendael.

Stel je voor: je bent 21, de zon schijnt, en je koopt een lot voor de Generaliteitsloterij. Dat overkwam Caatje Melkhuijsen in het voorjaar van 1736. Ze woonde in Middelharnis, een dorp in Zuid-Holland. Het lot kostte 60 gulden – een flink bedrag in die tijd. Wie weet, wie weet zou ze wel winnen? ### Het lot met nummer 17478 ‘17478’ stond er op haar lot. Ze liet er haar initialen C.M. op zetten, voor de zekerheid. Want stel je voor dat het kwijtraakte. Loten waren in de 18e eeuw niet meer dan eenvoudige papiertjes. Ze stonden niet op naam. Iedereen die het vond, kon het inleveren. ### Rijmpjes en versjes op loten Naast het nummer stonden er vaak rijmpjes op een lot. Soms humoristisch, soms politiek getint. Dat was nodig, want bij de trekking in de Ridderzaal in Den Haag werden alle nummers voorgelezen – ook de niet-winnende. Dat kon saai zijn. De versjes maakten het vermakelijk. Caatje woonde die trekking niet zelf bij. Een reis naar Den Haag was in die tijd niet zomaar gemaakt. Ze vertrouwde erop dat ze het zou horen via Abraham Hovendael, de man bij wie ze het lot had gekocht. ### Abraham Hovendael: collecteur en drukker Hovendael was een collecteur – iemand die het geld voor de loten inde. Hij had een drukkerij annex boekenwinkel in Rotterdam. Dat was logisch, want wie de loten drukte, kon ze ook verkopen. Caatje liet haar lot bij hem in bewaring. Veiliger dan thuis, dacht ze. Maar bij Hovendael was er weleens gedoe met loten. In 1732 berichtte de Amsterdamse Courant dat er drie lotbriefjes uit de vierde klasse waren verlopen. Ze waren nooit ingeleverd bij Hovendael, ook al wist hij wie de eigenaar was. Wie ze vond en teruggaf, kreeg een beloning van één dukaat. In 1738 gebeurde het opnieuw. Een lot met nummer 37824 uit de 16e Generaliteitsloterij was zoek. Opnieuw werd een beloning van één dukaat uitgeloofd. Toch betekende dit niet dat Hovendael onbetrouwbaar was. Hij handelde namens de officiële loterij, en de overheid hield streng toezicht. ### Hoe de Generaliteitsloterij werkte De Generaliteitsloterij was een belangrijke inkomstenbron voor de Republiek. Het geld spekte de staatskas. Om zoveel mogelijk mensen te laten meedoen, bestond de loterij uit meerdere klassen – meestal zes of zeven. Elke klasse was een trekking. Je kon instappen bij de eerste trekking, maar ook later. Tussen de trekkingen zat ongeveer zes weken. De eerste ronde had kleinere prijzen. Hoe hoger de klasse, hoe groter de prijs. Zo bleef de loterij maandenlang spannend. De kans op winst was klein, maar de droom groot. ### Wat gebeurde er met Caatje? We weten niet of Caatje ooit gewonnen heeft. Haar lot verdween uit de geschiedenis. Misschien raakte het kwijt, misschien won ze en verdween het geld in de annalen. Wat we wel weten: haar verhaal laat zien hoe bijzonder loterijen in de 18e eeuw waren. Ze waren niet alleen een kans op rijkdom, maar ook een manier om de staatskas te vullen. Het toezicht was serieus. Collecteurs als Hovendael bewaakten het vertrouwen in de staatsloterij. En hoewel er soms loten verdwenen, bleef het systeem overeind. Caatje’s lot is misschien verloren, maar haar verhaal leeft voort.