Geen € 2,8 miljoen: waarom deze gokhal-exploitant naast de schadevergoeding greep
Emma Bakker ·
Luister naar dit artikel~4 min
Een gokhal-exploitant eiste € 2,8 miljoen schadevergoeding na een belastingwijziging, maar het hof oordeelt dat de buitensporige last niet is aangetoond.
Stel je voor: je runt al sinds 1989 casino's en speelhallen in Nederland. Dan verandert de belastingwetgeving en opeens betaal je 29 procent kansspelbelasting over je bruto spelresultaat. Geen btw meer over je omzet uit kansspelautomaten. Dat kan flink aankomen — en dat vond deze exploitant ook.
Tot 30 juni 2008 viel de omzet uit kansspelautomaten nog onder de omzetbelasting. Vanaf 1 juli 2008 ging dat anders. Over de periode juli 2008 tot en met april 2017 droeg het bedrijf in totaal € 15.001.787 aan kansspelbelasting af. Geen klein bedrag.
In 2017 werd de onderneming overgenomen door een andere vennootschap. Maar de discussie over die belastingwijziging bleef doorlopen.
### De exploitant voelde zich onevenredig geraakt
Volgens het bedrijf zorgde de belastingwijziging voor een individuele en buitensporige last. De onderneming zou door de hogere belastingdruk in een structurele verliespositie zijn beland.
Daarom eiste de exploitant een schadevergoeding van € 2.804.371,03. Als onderbouwing verwees het bedrijf naar een deskundigenrapport. Daaruit zou blijken dat het bedrijfsresultaat vóór de wetswijziging in 2007 nog 11,16 procent bedroeg. De extra lastendruk door de belastingwijziging zou 15,66 procent zijn geweest.
Ook wees de exploitant op de relatief kleine omvang van de speelhallen en de geografische ligging van de vestigingen. Daardoor zou het bedrijf harder zijn geraakt dan grotere aanbieders elders in Nederland.
### De Belastingdienst zag het anders
De inspecteur van de Belastingdienst betwistte dat de wetswijziging de oorzaak was van de structurele verliespositie. Er speelden volgens de dienst meer factoren mee, waaronder een omzetdaling die vanaf 2008 zichtbaar werd.
Daarnaast wees de inspecteur op dividenduitkeringen en investeringen in de bedrijfsvoering. Ook de verkoop van de onderneming in 2017 was relevant voor de beoordeling van de financiële situatie. En de exploitant had volgens de Belastingdienst onvoldoende onderbouwd waarom kleinere omvang en geografische ligging tot een zwaardere belastinglast zouden hebben geleid.
### Het hof zegt: niet aannemelijk gemaakt
Het hof oordeelt dat de exploitant niet heeft aangetoond dat de belastingwijziging hem zwaarder trof dan andere exploitanten. Het bedrijf was tussen 2009 en 2011 weliswaar verlieslatend, maar een algemene omzetdaling speelde ook mee.
Het deskundigenrapport overtuigde het hof niet. Het was namelijk opgesteld vóór de wetswijziging en gebaseerd op aannames. Ook de gestelde nadelen door omvang en ligging van de speelhallen vond het hof onvoldoende onderbouwd.
Daar stonden volgens het hof andere zaken tegenover:
- Een dividenduitkering van € 167.233 in 2019
- De verkoop van de onderneming in 2017 voor ruim € 9 miljoen
> Het hof concludeert dat niet aannemelijk is gemaakt dat de belastingwijziging bij deze exploitant zwaarder heeft uitgepakt dan bij andere aanbieders van kansspelautomaten.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep ongegrond en bevestigt het de eerdere uitspraak van de rechtbank. De vraag of de geëiste schadevergoeding van ruim € 2,8 miljoen terecht was, hoefde daardoor niet meer inhoudelijk te worden behandeld.
### Wat je hiervan kunt leren
Deze zaak laat zien hoe lastig het is om een individuele en buitensporige last aan te tonen. Je moet niet alleen bewijzen dat je geraakt bent, maar ook dat je zwaarder bent getroffen dan anderen in vergelijkbare omstandigheden. Een rapport dat vóór de wetswijziging is opgesteld en op aannames leunt, helpt dan niet mee.
Voor professionals die met CRM en klantdata werken, is de bredere les herkenbaar: onderbouw je claims met actuele cijfers en feiten, niet met aannames. Of het nu gaat om belastingdruk of om het meten van klantwaarde, de kwaliteit van je onderbouwing bepaalt of je verhaal standhoudt.