Casinoconflict: Verhuurder eist heropening, JVH houdt voet bij stuk
Emma Bakker ·
Luister naar dit artikel~3 min

JVH en vastgoedpartij Ogio staan lijnrecht tegenover elkaar in een conflict over vijf gesloten casino's. De verhuurder eist heropening, maar JVH houdt voet bij stuk: financieel is dat onhaalbaar. De rechter doet op 15 april uitspraak.
Het is een juridisch steekspel dat de Nederlandse gokwereld momenteel bezighoudt. JVH gaming & entertainment en vastgoedpartij Ogio staan lijnrecht tegenover elkaar in een kort geding over vijf gesloten casinopanden. De verhuurder dringt aan op heropening, maar het gokbedrijf houdt voet bij stuk – dat is financieel gewoon niet haalbaar.
### Waar draait het conflict precies om?
Het gaat om vijf specifieke panden die JVH huurt van Ogio. Tot eind 2024 zaten hier nog volop casino's in, maar die zijn nu dicht. We hebben het over:
- Flash Casino Hilvarenbeek
- Flash Casino Groningen
- Flash Casino Meijel
- Flash Casino Venray
- Toy Toy Casino Kaatsheuvel
Voor JVH was sluiten de enige optie. Een verhoging van de kansspelbelasting maakte de exploitatie simpelweg verliesgevend. Heropenen zou financieel onverantwoord zijn, zo stelt het bedrijf. CEO Eric Olders schetst een somber beeld van de situatie.
“Het was een zwarte dag toen ik honderd medewerkers moest ontslaan,” zegt Olders. “Ongeveer 30 procent van onze speelhallen is gesloten. De markt staat breed onder druk.”
### De andere kant van het verhaal
Ogio kijkt natuurlijk met andere ogen naar de zaak. Voor hen is leegstand een groot probleem. Dichte panden betekenen achteruitgang en waardevermindering van het vastgoed. Heropening is volgens de verhuurder noodzakelijk om de beleggingswaarde te behouden. Het is een klassiek voorbeeld van hoe belangen kunnen botsen.
Tijdens de zitting kwam nog een belangrijk punt naar voren. JVH benadrukte dat het gewoon aan alle huurverplichtingen voldoet. Er is dus geen spoedeisend belang, vindt het bedrijf. Bovendien zou voortijdige beëindiging van de contracten leiden tot een flinke afkoopsom – dat is ook niet niks.
### Wie heeft er gelijk?
Ogio vindt van wel. De verhuurder stelt dat JVH eerder had moeten ingrijpen. Toen de exploitatie onder druk kwam te staan, had het bedrijf de contracten kunnen opzeggen. Nu wijst Ogio ook op concrete achteruitgang van de panden.
In Hilvarenbeek zijn bijvoorbeeld ingrepen gedaan aan het plafond voor een asbestonderzoek. En dan is er nog het risico dat gemeenten de bestemming aanpassen. Als dat gebeurt, mag je in de toekomst misschien helemaal geen speelhallen meer exploiteren in die panden.
### Een patstelling met gevolgen
JVH beschuldigt Ogio ervan te proberen te profiteren door boetes te claimen. Ogio wijst er dan weer op dat JVH wel geld heeft voor andere projecten, zoals de sponsoring van FC Utrecht. Het is een welles-nietes spel dat voorlopig niet opgelost lijkt.
Een poging tot schikking tijdens de zitting leverde niets op. De huurovereenkomsten lopen nog tot begin 2027, dus dit conflict kan nog even duren. Op 15 april doet de rechter uitspraak – een datum die beide partijen waarschijnlijk met spanning tegemoet zien.
Wat je ook van de zaak vindt, één ding is duidelijk. Dit conflict raakt aan grotere vragen over de Nederlandse gokmarkt. Hoe houdbaar is het huidige belastingregime? En wat gebeurt er met vastgoed als bedrijven gedwongen worden te sluiten? Vragen waar niet alleen JVH en Ogio mee worstelen, maar de hele sector.